Het is slecht gesteld met de reken- en wiskundevaardigheid van Nederlandse middelbare scholieren

81
Het is slecht gesteld met reken- en wiskundevaardigheid scholieren
⏰ Leestijd: 2 minuten

Het is slecht gesteld met de reken- en wiskundevaardigheid van Nederlandse middelbare scholieren, zoals aangetoond in een recent rapport van de Inspectie van het Onderwijs. Dit is de eerste keer dat de inspectie dit aspect onderzoekt, en de bevindingen zijn verre van positief: “Een aanzienlijk aantal leerlingen mist de essentiële basiskennis die nodig is om succesvol deel te nemen aan hun opleiding en om goed te functioneren in de samenleving.” 

Zorgen onderwijsinspectie

Hoeveel geld wordt er besteed en ontvangen? Wat is het maximale aantal medicijnen dat je per dag kunt innemen? Hoeveel babypoeder moet je toevoegen aan een flesje? Hoe pas je een recept voor 4 personen aan naar een maaltijd voor 6 personen? Dit zijn allemaal alledaagse situaties waarvoor een goed rekenvermogen vereist is. Daarom uit de onderwijsinspectie haar zorgen over het feit dat veel Nederlandse leerlingen aan het einde van hun tweede schooljaar nog steeds niet beschikken over de basale rekenvaardigheden.

Reken- en wiskundevaardigheid onvoldoende ontwikkeld

In een rapport dat vandaag is verschenen, staat voor het eerst een onderzoek van de onderwijsinspectie naar rekenvaardigheden van middelbare scholieren aan het einde van de tweede klas. “De peiling laat zien dat de reken- en wiskundeniveaus van leerlingen in het voortgezet onderwijs zich onvoldoende ontwikkelen”, staat in het rapport.

Na het tweede leerjaar heeft 72 procent van de leerlingen in het vmbo basis/kader nog niet het vereiste niveau 1F behaald, wat het niveau is dat doorgaans aan het einde van de basisschool wordt verwacht. Voor de vmbo gemengde leerweg/theoretische leerweg geldt dat een kwart van de leerlingen dit niveau nog niet heeft bereikt, terwijl 55 procent vasthoudt aan het basale niveau 1F.

Ook op havo/vwo is de rekenvaardigheid van een deel van de leerlingen nog onvoldoende. Ongeveer 20 procent van de havo/vwo-leerlingen is aan het eind van het tweede jaar nog niet op niveau 2F, terwijl je dat niveau wel nodig hebt om mee te komen met het onderwijs.

De inspectie ziet dat bij een deel van de leerlingen het rekenniveau zich te weinig ontwikkelt, waardoor het de vraag is of ze aan het eind van de middelbare school wel het gevraagde niveau hebben.

De oplossing?

Maar wat zou dan de oplossing zijn? Volgens de onderwijsinspectie is het zeker mogelijk om het niveau van kinderen te verbeteren, maar is er wel tijd en aandacht voor rekenen nodig. Ook kan de overgang van de basisschool naar middelbare school beter. Vaak worden er heel andere methodes of termen gebruikt voor dezelfde dingen op de basisschool en de middelbare school.