Deze week werd bekend dat de pensioenleeftijd met drie maanden wordt verhoogd voor Nederlanders die na 1954 zijn geboren. U bent er één of u kent er vast één. Veel medewerkers zijn niet blij met de verhoging. Maar zitten er ook positieve gevolgen aan de verhoging?
Levensverwachting
In de pensioenwet van 2012 staat dat de pensioenleeftijd verhoogd wordt als de levensverwachting van mensen stijgt. Het gevolg daarvan is dat iedereen die na 1954 is geboren, nu dus drie maanden langer door moet werken. Waarschijnlijk is het zelfs zo dat iemand die nu midden twintig is, wel tot zijn 72e door moet werken omdat we steeds ouder worden. De verhoging van de pensioenleeftijd is dus nodig om het pensioenstelsel ‘gezond’ te houden.
Positieve financiële gevolgen
De pensioenfondsen hoeven minder lang pensioen uit te keren. Dat is goed nieuws voor de dekkingsgraad van de fondsen; ze houden zo meer geld in kas. Daarnaast is het zo dat de staat (die de AOW uitkeert) ook profijt heeft van de verhoging, omdat ook voor de staat geldt dat zij nu minder lang AOW hoeven uit te keren. Verder verdienen medewerkers meer geld door langer door te werken. De zorgkosten worden lager en het nationaal inkomen wordt hoger.
Persoonlijke gevolgen
Ook hier zijn er een aantal positieve gevolgen. Uit landen om ons heen, waar het al gewoon is om langer door te werken, blijkt dat de ouderen langer vitaal en gezond blijven. Ouderen die met pensioen zijn, krijgen namelijk meer last van gezondheidskwalen en krijgen een slechtere conditie omdat zij minder in beweging zijn. Ook worden ouderen die langer doorwerken minder snel dement.



