In 2024 zijn de cao-lonen gemiddeld met 6,6 procent gestegen. Dit is de grootste toename sinds 1982. Deze forse stijging heeft invloed op zowel werknemers als werkgevers en roept vragen op over de economische vooruitzichten voor 2025. Wat zijn de oorzaken van deze uitzonderlijke loonontwikkeling en zijn de verwachtingen voor het komende jaar?
Verschillen tussen sectoren
De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten zien dat de cao-lonen in 2023 met 6,1 procent zijn gestegen. Dit bevestigt de trend van hogere lonen. De grootste stijging was in de vastgoedsector, zoals bij woningcorporaties, waar de lonen met 12,4 procent omhoog gingen. Ook in de horeca en bij beroepen als kappers en uitvaartondernemers waren de stijgingen bovengemiddeld. De transport- en opslagsector had daarentegen de kleinste stijging, met een gemiddelde van 4,7 procent.
Invloed van inflatie
De hoge inflatie in 2022, aangewakkerd door stijgende energieprijzen en de oorlog in Oekraïne, heeft de weg vrijgemaakt voor deze loonstijgingen. De vertraging waarmee lonen reageren op inflatie is zichtbaar in de cijfers van 2023 en 2024. Volgens economen, zoals Han de Jong, is de inflatie van de afgelopen jaren nu volledig gecompenseerd door de stijgende lonen. De reële loonstijging — de stijging gecorrigeerd voor inflatie — bedroeg in 2024 ongeveer 3,5 procent. Dit betekent dat werknemers meer te besteden hadden, ondanks de hoge prijzen voor goederen en diensten.
Cao-onderhandelingen belangrijke factor
Bij particuliere bedrijven en gesubsidieerde instellingen gingen de lonen gemiddeld met 6,7 procent omhoog. Voor ambtenaren was dit iets lager, namelijk 6,2 procent. Dit komt deels door verschillen in wanneer cao’s ingaan. In 2023 kregen ambtenaren juist de grootste loonsverhoging, terwijl commerciële bedrijven toen minder stegen. Dit laat zien hoe cao-onderhandelingen en de economie van invloed zijn op verschillende sectoren.
Gevolgen voor 2025
De hoge loonstijgingen roepen zorgen op over een loonprijsspiraal. Dit betekent dat hogere lonen kunnen leiden tot hogere prijzen, wat weer de lonen omhoog drukt. De huidige inflatie komt deels door de stijgende arbeidskosten, vooral in sectoren waar veel arbeid nodig is. Daarnaast hebben vakbonden ambitieuze looneisen voor 2025. Zo vraagt de FNV om een loonsverhoging van 7 procent en een werkweek van 32 uur, terwijl het CNV pleit voor een meer gematigde verhoging van 3,5 tot 6 procent. Door de krappe arbeidsmarkt hebben vakbonden een sterke onderhandelingspositie, wat kan leiden tot meer arbeidsconflicten in het komende jaar.



