Nieuwe wetgeving moet duidelijkheid scheppen voor zzp’ers

153
Nieuwe zzp wet
⏰ Leestijd: 2 minuten

Al jarenlang heerst er onzekerheid over wie als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) wordt gezien en wie eigenlijk in loondienst zou moeten werken. De handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid, hervat begin dit jaar, heeft deze onduidelijkheid verder vergroot. Vier partijen – VVD, D66, CDA en SGP – willen hier met een initiatiefwet verandering in brengen. Tegelijkertijd werkt het kabinet aan een eigen wetsvoorstel, de Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Beide initiatieven moeten de positie van zzp’ers en hun opdrachtgevers verduidelijken.

Nieuwe criteria

De vier partijen willen wettelijke criteria vastleggen om te bepalen wie daadwerkelijk als zzp’er mag werken. Volgens hen is het van belang dat zelfstandigen meerdere opdrachtgevers hebben, uit vrije wil als ondernemer werken en een grote mate van vrijheid hebben in hun werkzaamheden en werktijden. Een speciaal op te richten commissie moet helpen om te toetsen of iemand een echte zelfstandige is, zoals in België al het geval is.

Pensioen en AOV

Daarnaast willen de indieners dat zzp’ers verplicht iets regelen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Dit kan via een verzekering, maar ook via spaargeld of beleggingen. Hiermee willen de partijen voorkomen dat mensen puur vanwege belastingvoordelen voor zzp-schap kiezen. Sectoren waar veel schijnzelfstandigen werken, zullen extra gecontroleerd worden.

Aanleidingen voor de nieuwe wetgeving

Volgens VVD-Kamerlid Thierry Aartsen kiezen opdrachtgevers nu vaak uit angst voor boetes en naheffingen ervoor om niet met zzp’ers te werken, waardoor zelfstandigen onnodig opdrachten verliezen. D66’er Hans Vijlbrief benadrukt dat de onduidelijkheid al te lang duurt en dat deze wet hier definitief een einde aan moet maken.

Wetsvoorstel Vbar van het kabinet

Naast het voorstel van de vier partijen werkt het kabinet aan de wet Vbar. Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken, NSC) en staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) hebben dit wetsvoorstel onlangs aangepast. Een belangrijke verandering is dat ondernemerschap voortaan even zwaar meetelt bij het bepalen of iemand schijnzelfstandig is. Dit komt naast de vraag in hoeverre iemand wordt aangestuurd in het werk en of hij voor eigen risico werkt. Met deze wijziging sluit de wet beter aan bij een recente uitspraak van de Hoge Raad in de zaak tussen Uber en vakbond FNV.

Rechtsvermoeden

Een belangrijk onderdeel van de wet Vbar is het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit betekent dat een zelfstandige die minder verdient dan een vastgesteld uurtarief, recht kan hebben op werknemersrechten. De opdrachtgever moet dan aantonen dat er geen sprake is van een dienstverband. In de aangepaste wet blijft deze regel ongewijzigd.

Gevolgen voor de arbeidsmarkt

Sinds de hervatting van de handhaving door de Belastingdienst is de arbeidsmarkt in beweging. Sommige organisaties passen hun werkwijze aan, zodat opdrachten door zelfstandigen uitgevoerd kunnen blijven worden. Andere sectoren, zoals zorg, onderwijs en kinderopvang, proberen werkenden juist te overtuigen om in loondienst te komen. Daarbij spelen flexibele roosters en een goede werk-privébalans een belangrijke rol.

Volgende stappen van de ministers

De ministers erkennen dat de overgang voor veel zzp’ers en opdrachtgevers ingewikkeld is. Daarom wordt ingezet op voorlichting en gesprekken met brancheorganisaties. De effecten van de handhaving zullen de komende maanden in kaart worden gebracht en de Tweede Kamer wordt later dit jaar geïnformeerd.